Een 26-jarige man uit Nijkerk werd verdacht van ontuchtige handelingen en mishandeling van een minderjarig meisje in Huizen in juni 2015. De aanklacht was gebaseerd op aangifte van de moeder, ondersteund door een geluidsopname uit de slaapkamer van het meisje en een medisch onderzoek.
De rechtbank heeft het geluidsfragment beluisterd en het medisch onderzoek beoordeeld, maar vond geen aanwijzingen die het vermoeden van seksueel misbruik of mishandeling bevestigen. De verklaringen van de moeder en getuigen waren onvoldoende om het bewijsminimum te halen.
De verdachte ontkende de feiten en de rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De rechtbank benadrukte dat de zaak een grote impact had op alle betrokkenen en betreurde dat de behandeling niet eerder had plaatsgevonden om duidelijkheid te verschaffen.