Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 20 juni 2017
- de pleitnota van [eisers c.s.]
- de pleitnota van de bank.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben een woning gekocht met een hypotheek die zij sinds 2009 niet volledig hebben voldaan, waardoor een aanzienlijke betalingsachterstand is ontstaan. Ondanks meerdere betalingsregelingen en investeringen in onderhoud, is de achterstand opgelopen tot meer dan € 46.000 in 2017. De bank heeft de executie van de woning aangezegd en een veiling gepland.
Eisers vorderen in kort geding opschorting van de executoriale veiling en willen de woning onderhands verkopen, eventueel gesplitst, in de hoop een hogere opbrengst te realiseren. Zij stellen dat de bank misbruik van recht maakt door direct executoriaal te verkopen zonder eerst een onderhandse verkoop te proberen.
De rechtbank oordeelt dat de bank gerechtigd is tot parate executie gezien de langdurige betalingsachterstand en het feit dat eisers tekort zijn geschoten in hun verplichtingen. De betwisting van de staat van onderhoud wordt onvoldoende onderbouwd, en de taxatierapporten tonen een consistente waardedaling. De mogelijkheid tot onderhandse verkoop is niet aannemelijk binnen een redelijke termijn en zal de achterstand waarschijnlijk vergroten.
Gezien de financiële situatie van eisers en de kans op een restschuld die oninbaar is, is het belang bij opschorting beperkt. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot opschorting van de executoriale veiling wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.