Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
- verdachte, behalve de voornamen en een heel algemeen signalement, geen enkele andere concrete en verifieerbare informatie zou hebben over de twee mannen die gedurende een periode van 8 à 9 maanden vrijwel dagelijks in zijn woning zouden zijn geweest;
- twee mannen vrijwel dagelijks naar de woning van verdachte zouden zijn gekomen voor de verzorging van de hennepkwekerij, terwijl verdachte daar woonde, thuis was en geen werk had, zodat hij alle gelegenheid had om dit soort klusjes te verrichten;
- verdachte, met name gelet op zijn beroep als elektricien, geen enkele wetenschap zou hebben van de gemanipuleerde elektriciteitsmeter.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 24c, 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en
- 11 van de Opiumwet;
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 2 maanden.