ECLI:NL:RBMNE:2017:4852

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 september 2017
Publicatiedatum
22 september 2017
Zaaknummer
6063431 UT VERZ 17-13304
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:191 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tijdelijk beheer nalatenschap ter voortzetting erfgenamenonderzoek toegewezen

De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 21 september 2017 een beschikking gegeven inzake het verzoek van een erfgenaam om een maatregel op grond van artikel 4:191 lid 2 BW Pro. Verzocht werd om het tijdelijk beheer van de nalatenschap van de overleden erflaatster toe te wijzen aan mr. Bukkems, totdat het erfgenamenonderzoek is afgerond en alle rechthebbenden zich hebben uitgesproken over de aanvaarding van de nalatenschap.

De erflaatster was ongehuwd, had geen afstammelingen en liet geen testament na. De nalatenschap bestond uit circa € 30.000 aan banktegoeden en er waren geen schulden bekend. De nalatenschap kon op dat moment niet beheerd worden. Mr. Bukkems verrichtte onderzoek naar de erfgenamen, waarvan sommigen nog geverifieerd moesten worden, onder meer vanwege mogelijke erfgenamen in Indonesië.

De kantonrechter overwoog dat het verzoek proportioneel en praktisch was gezien de omvang van de nalatenschap en dat het tijdelijk beheer door mr. Bukkems het erfgenamenonderzoek kon voortzetten zonder de hogere kosten van een vereffenaar. Mr. Bukkems kreeg de verplichting opgelegd om binnen zes maanden schriftelijk verslag uit te brengen over de voortgang van het onderzoek en de afwikkeling van de nalatenschap.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en er werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verzoek tot tijdelijk beheer van de nalatenschap toegewezen aan mr. Bukkems voor voortzetting erfgenamenonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 6063431 UT VERZ 17-13304
Beschikking van 21 september 2017
inzake het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. H.J.M. Bukkems.
Het verzoek betreft de nalatenschap van:
[A] , geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op [1929] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatste woonplaats [woonplaats] , hierna te noemen: erflaatster.

1.De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de brief van mr. Bukkems van 7 juni 2017, met als bijlage een verzoekschrift ex artikel 4:191 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (verder: BW). Verzocht is om een maatregel voor te schrijven, die bestaat uit het tijdelijk opdragen van het beheer over de nalatenschap van erflaatster aan mr. Bukkems totdat het erfgenamenonderzoek is afgerond en alle rechthebbenden zich hebben uitgesproken over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap van erflaatster, zodat in het beheer van de nalatenschap van erflaatster kan worden voorzien en mr. Bukkems alle stukken die betrekking hebben op de nalatenschap onder zich kan nemen en op kan vragen bij de betreffende personen of instanties en verder onderzoek kan doen naar de erfgenamen van erflaatster.
De mondelinge behandeling van het verzoek vond plaats op 7 september 2017. Ter zitting is mr. Bukkems verschenen.

2.De overwegingen van de kantonrechter

2.1.
Volgens het verzoekschrift was erflaatster ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Zij heeft geen afstammelingen achtergelaten en zij was enig kind. Er is geen vader van erflaatster bekend.
Erflaatster heeft geen testament gemaakt. Erfgenamen van erflaatster zijn dus de afstammelingen van haar grootouders aan moederszijde bij plaatsvervulling.
Verzoekster is één van de afstammelingen van een oom van erflaatster. Zij heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.
De nalatenschap bestaat, voor zover bekend, uit een bedrag aan banktegoeden bij de Rabobank van ongeveer € 30.000,-. Van schulden lijkt geen sprake te zijn. De nalatenschap kan nu niet beheerd worden.
2.2.
Momenteel doet mr. Bukkems onderzoek naar de erfgenamen van erflaatster. Ter zitting heeft mr. Bukkems toegelicht dat diverse erfgenamen reeds bekend zijn, maar dat in sommige gevallen hun erfgenaamschap nog geverifieerd en bevestigd moet worden aan de hand van informatie uit de gemeentelijke basisadministratie. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat nog afstammelingen bestaan van een oom en tante van erflaatster, die tot hun overlijden in Indonesië woonden en daar zijn overleden.
2.3.
Artikel 4:191 lid 2 BW Pro luidt:

Zolang de nalatenschap niet door alle erfgenamen is aanvaard, kan de kantonrechter de maatregelen voorschrijven die hij tot behoud van de goederen nodig acht.”
2.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Er moet nog verder onderzoek worden gedaan naar potentiële erfgenamen van erflaatster in Nederland en Indonesië. Een door de kantonrechter aangewezen beheerder van de nalatenschap kan het erfgenamenonderzoek voortzetten en voltooien. Daarbij wordt de nalatenschap momenteel niet beheerd. Mr. Bukkems heeft met de thans bekende erfgenamen afspraken gemaakt over zijn beloning voor het geval hij tot tijdelijk beheerder wordt aangesteld. Het alternatief voor de verzochte maatregel is dat aan de rechtbank wordt verzocht om een vereffenaar te benoemen. Dat alternatief zal vermoedelijk meer kosten met zich meebrengen dan de verzochte maatregel, terwijl geen sprake lijkt te zijn van openstaande schulden van de nalatenschap.
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de gevraagde maatregel proportioneel is in verhouding tot de (vermoedelijke) omvang van de nalatenschap en dat deze een praktische en gepaste oplossing biedt om het erfgenamenonderzoek verder uit te kunnen voeren en in het beheer van de nalatenschap te kunnen voorzien totdat alle erfgenamen bekend zijn en zich hebben uitgesproken over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap. Daarom zal de kantonrechter het verzoek toewijzen. De kantonrechter zal mr. Bukkems de verplichting opleggen om over zes maanden aan de kantonrechter schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken in het erfgenamenonderzoek en de afwikkeling van de nalatenschap.
2.6.
De namen van de belanghebbenden bij dit verzoek, te weten de nu bekende erfgenamen van erflaatster, staan niet vermeld in het verzoekschrift. Zij zijn daarom niet opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Mr. Bukkems heeft ter zitting aangegeven dat alle bekende erfgenamen instemmen met het verzoek. Mochten de erfgenamen van erflaatster toch bezwaren hebben tegen de verzochte maatregel, dan kunnen zij zich schriftelijk wenden tot de kantonrechter.

3.De beslissing

De kantonrechter schrijft de volgende maatregelen voor, bestaande uit:
- het tijdelijk opdragen van het beheer over de nalatenschap van erflaatster aan mr. Bukkems totdat het erfgenamenonderzoek is afgerond en alle rechthebbenden zich hebben uitgesproken over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap, zodat door mr. Bukkems in het beheer van de nalatenschap kan worden voorzien en mr. Bukkems alle stukken die betrekking hebben op de nalatenschap onder zich kan nemen en op kan vragen bij de betreffende personen of instanties en verder onderzoek kan doen naar de erfgenamen van erflaatster;
- het opleggen van de verplichting aan mr. Bukkems om over 6 maanden schriftelijk verslag uit te brengen aan de kantonrechter over de stand van zaken in het erfgenamenonderzoek en de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..