De zaak betreft een geschil tussen twee beveiligingsbedrijven over betaling van een factuur voor het opleiden van medewerkers voor het Google Eemshaven project. Eiseres heeft zeven beveiligers, waaronder haar directeur, opgeleid en factureerde hiervoor aan gedaagde. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat negatieve uitlatingen van de directeur van eiseres over gedaagde en diens directeur tot imagoschade hebben geleid en verweerde zich met een beroep op verrekening.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep op verrekening niet kan slagen omdat de tegenvordering niet gemakkelijk vast te stellen is en bewijslevering nodig zou zijn om de negatieve uitlatingen te bevestigen. Dit betekent dat het verweer wordt gepasseerd en gedaagde gehouden is tot betaling van de factuur. De gevorderde rente wordt deels toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is gebleken dat incassowerkzaamheden zijn verricht.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en handelsrente vanaf 19 november 2016, alsmede de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.