Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 september 2017,
- de mondelinge behandeling op 18 september 2017,
- de producties zijdens [eiser] (1 t/m 36),
- de producties zijdens Avrotros (1 t/m 10),
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van Avrotros.
2.De feiten
(lees: [A] , vzr)in zijn handelen kennelijk niet wordt gestuurd door voorwaardelijke straffen of aan hem opgelegde verbodsbepalingen op straffe van verbeurte van dwangsommen. Om die reden is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat verdachte direct geconfronteerd dient te worden met de gevolgen van de strafrechtelijke normen die hij heeft overtreden. Daarbij kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Daarnaast dient de op te leggen straf te bestaan uit een component, die bijdraagt aan het voorkomen dat verdachte zich opnieuw op het erf van de familie [achternaam van eiser] zal begeven dan wel dat hij contact met hen zal leggen.”
3.Het geschil
(kennelijk abusievelijk is in de dagvaarding [A] vermeld, vzr)wordt veroordeeld in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
4.De beoordeling
‘Het monster van [woonplaats] ’ spreekten de samenhang van hetgeen over [eiser] gesteld wordt, is er reden dat het gehele item van de website wordt gehaald. Het beroep van Avrotros op haar archieffunctie verzet zich niet tegen toewijzing, nu de uitzending in ieder geval voor het overgrote deel als onrechtmatig jegens [eiser] wordt beschouwd.
816,00