Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
,
1.1. Verloop van de procedure
2.2. Vaststaande feiten
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [2012] .
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarig kind is geboren. De man heeft het kind erkend, maar er is geen contact meer tussen hen. De vrouw verzoekt een bijdrage van €25 per maand aan kinderalimentatie vanaf 17 oktober 2016, de man betwist draagkracht en stelt dat de bijdrage pas vanaf de beschikkingdatum moet ingaan.
De rechtbank stelt vast dat de alimentatie niet eerder dan de datum van het verzoekschrift, 1 december 2016, ingaat. De behoefte van het kind is vastgesteld op €234 per maand. De man ontvangt een WAJONG-uitkering met toeslag en heeft een netto besteedbaar inkomen van €984. De man voert aan dat hij geen draagkracht heeft vanwege zijn eigen gezinssituatie en schulden, maar de rechtbank oordeelt dat zijn onderhoudsplicht voor het kind voorrang heeft.
De rechtbank berekent forfaitair een draagkracht van €25 per maand voor de man. De aanvaardbaarheidstoets faalt omdat het inkomen van de man na betaling van de bijdrage en lasten hoger is dan 90% van de bijstandsnorm. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 december 2016 een kinderalimentatie van €25 per maand betalen.