Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De overwegingen van de kantonrechter
€ 400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker trad op 1 maart 2013 in dienst als bezorger bij verweerder. Op 5 juli 2017 werd verzoeker via WhatsApp op staande voet ontslagen vanwege zijn leeftijd en de daarmee samenhangende kosten. Verzoeker hield zich beschikbaar voor werk en verzocht om intrekking van het ontslag.
De kantonrechter oordeelde dat verweerder niet bevoegd was het ontslag onverwijld uit te spreken omdat geen dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW Pro aanwezig was. Het ontslag op staande voet werd vernietigd, waardoor de arbeidsovereenkomst bleef voortduren.
Verweerder werd veroordeeld verzoeker toe te laten tot de werkplek en het loon over juli 2017 en de daaropvolgende maanden te betalen, vermeerderd met wettelijke rente en verhogingen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het niet naleven van de wedertewerkstelling en het verstrekken van een specificatie van betalingen. Proceskosten werden toegewezen aan verzoeker, maar deels geminderd vanwege reeds gedane betalingen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot loonbetaling en toelating tot werkplek.