De moeder heeft een geschil voorgelegd over de uitvoering van de ondertoezichtstelling van haar drie kinderen die in pleeggezinnen verblijven. Zij verzocht om uitbreiding van de zorg- en contactregeling en om benoeming van een onafhankelijke deskundige voor een perspectiefonderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de omgangsregeling met de moeder voor twee van de kinderen niet uitgebreid wordt, omdat dit niet in hun belang is. Voor het oudste kind wordt de omgangsregeling uitgebreid naar twee uur per maand, met mogelijkheid tot verdere uitbreiding na evaluatie. Het verzoek tot een perspectiefonderzoek wordt afgewezen vanwege de ernstige problematiek van de kinderen en het belang van duidelijkheid over hun woonplaats.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.