ECLI:NL:RBMNE:2017:5649

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 november 2017
Publicatiedatum
13 november 2017
Zaaknummer
16-660084-16 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 SrArt. 247 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarig meisje in Amersfoort

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 november 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen vier mannen die verdacht werden van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje in Amersfoort.

Drie mannen werden veroordeeld: een 20-jarige verdachte uit Hoogland kreeg een jeugddetentie van 92 dagen (waarvan 90 voorwaardelijk) en een taakstraf van 180 uur; een 22-jarige verdachte uit Amersfoort werd veroordeeld tot 92 dagen gevangenisstraf (waarvan 90 voorwaardelijk) en een taakstraf van 180 uur; een 21-jarige man uit Almere kreeg 2 dagen gevangenisstraf en een taakstraf van 150 uur. De rechtbank oordeelde dat de mannen niet stil stonden bij de gevolgen voor het meisje en hun lustgevoelens voor lieten gaan.

Een vierde verdachte, eveneens 22 jaar, werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten. Hoewel hij zich tweemaal door het meisje had laten betasten, oordeelde de rechtbank dat dit, gezien hun korte relatie en het betasten over de kleding heen, niet als ontuchtig handelen kon worden aangemerkt.

De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van het meisje, de leeftijd van de betrokkenen, en de aard van de handelingen. De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten en de mate van schuld. De veroordeelden hebben na hun aanhouding twee dagen vastgezeten.

Uitkomst: Drie mannen veroordeeld tot gevangenisstraf en taakstraf voor ontuchtige handelingen met minderjarig meisje; één verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/660084-16 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 13 november 2017
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1995] te [geboorteplaats]
wonende op de [adres] te ( [adres] ) [woonplaats] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 30 oktober 2017.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1. (
primair) in de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 te Amersfoort ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, welke handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;
1. (
subsidiair) in de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 te Amersfoort ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;
2. in de periode 1 juni 2015 tot en met 7 augustus 2015 te Amersfoort ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, welke handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.
De rechtbank acht op grond van het strafdossier en het verhandelde ter zitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor de handelingen (seksueel binnendringen van het lichaam) die in de tenlastelegging van feit 1 primair en feit 2 zijn genoemd. Dat geldt ook voor de handelingen die bij feit 1 subsidiair onder het eerste en tweede gedachtestreepje (likken en betasten van de vagina) zijn genoemd.
Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich tweemaal door [slachtoffer] heeft laten betasten, in die zin dat verdachte over zijn broek heen zijn penis heeft laten betasten.
Verdachte en [slachtoffer] hebben een - kortdurende - relatie gehad en [slachtoffer] heeft de verkering met [verdachte] na drie maanden uitgemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank kan het betasten van de penis over de kleding heen onder deze omstandigheden niet worden aangemerkt als ontuchtig handelen.
De rechtbank zal verdachte integraal vrijspreken van het ten laste gelegde.

5.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. M.P. Glerum en H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 november 2017.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.
Primair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013
tot en met 31 december 2014 in de gemeente Amersfoort, althans in het
arrondissement Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000]
, die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had
bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die
(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het binnendringen van het
lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)
- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht;
- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht;
Artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht
Subsidiair
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 jan 2013 tot
en met 31 december 2014 in de gemeente Amersfoort, althans in het
arrondissement Midden-Nederand, met [slachtoffer] , geboren op [2000]
, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten
echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens)
in het ontuchtig
- likken aan de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- betasten van de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- het laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die
[slachtoffer] ;
art 247 Wetboek Pro van Strafrecht
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2015
tot en met 7 augustus 2015 in de gemeente Amersfoort, althans in het
arrondissement Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000]
, die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had
bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die
(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het binnendringen van het
lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)
- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht;
art 245 Wetboek Pro van Strafrecht