Eiseres, een makelaarskantoor actief onder het woordmerk DOMICILIE, vorderde dat gedaagde, die het woordmerk DOMICA voert, het gebruik van haar merk zou staken wegens vermeende merkinbreuk en handelsnaamrechtelijke schending. De rechtbank onderzocht de overeenstemming tussen de merken en het gevaar voor verwarring bij het relevante publiek.
De rechtbank constateerde dat het woordmerk DOMICILIE deels beschrijvend is en een beperkte onderscheidende kracht heeft. Hoewel de diensten van partijen soortgelijk zijn, verschillen de merken auditief en begripsmatig aanzienlijk. Het woord 'domica' wordt als een fantasiewoord gezien, terwijl 'domicilie' een bestaand Nederlands woord is. Visueel is er enige overeenkomst, maar deze wordt tenietgedaan door de auditieve en begripsmatige verschillen.
Gezien het hogere aandachtsniveau van het publiek bij het zoeken naar onroerend goed, acht de rechtbank het gevaar voor verwarring afwezig. Ook het beroep op handelsnaamrecht en onrechtmatige daad faalt wegens het ontbreken van bijkomende omstandigheden. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.