De bijzondere curator heeft namens de minderjarige een verzoek ingediend tot het opleggen van een onderhoudsbijdrage van €300 per maand door de ouders, met ingang van 15 mei 2017, wegens onvoldoende financiële middelen van het kind en het uitblijven van bijdragen door de ouders. De rechtbank constateert dat de ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen, maar geen gehoor geven aan verzoeken om overleg of financiële ondersteuning.
De minderjarige verblijft sinds juli 2016 uit huis, eerst in crisisopvang, daarna in een pleeggezin en vanaf juni 2017 op een zelfstandigheidsgroep. De kosten voor verzorging en opvoeding worden niet volledig gedekt, waardoor de bijzondere curator een maandelijkse bijdrage noodzakelijk acht. De ouders hebben geen tegenbewijs geleverd over hun draagkracht, zodat de rechtbank aanneemt dat zij in staat zijn de bijdrage te betalen.
De rechtbank legt de onderhoudsbijdrage vast met ingang van 1 juli 2017, omdat de ouders vanaf de datum van indiening van het verzoek redelijkerwijs rekening hadden kunnen houden met deze verplichting. Tevens verleent de rechtbank handlichting aan de minderjarige om de bijdrage te ontvangen en te beheren, ondanks het ontbreken van toestemming van de ouders, vanwege hun onredelijke weigering om bij te dragen.
Publicatie van de beschikking wordt achterwege gelaten vanwege het persoonlijke karakter van de regeling en de kosten die publicatie met zich meebrengt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 24 november 2017 uitgesproken door de kantonrechter.