Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
527,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een executiegeschil tussen [eiseres] B.V. en [gedaagde], voormalig werknemer die na een overgang van onderneming via Verta weer terugkeerde in dienst bij [eiseres]. [eiseres] vordert staking van de executie van een eerder vonnis dat haar veroordeelde tot loonbetaling aan [gedaagde].
De rechtbank overweegt dat staking van executie alleen mogelijk is bij een duidelijke juridische of feitelijke misslag of bij een noodtoestand door nieuwe feiten. [eiseres] stelt dat er sprake is van een kennelijke misslag vanwege tegenstrijdige standpunten van instanties over de arbeidsovereenkomst en overgang van onderneming, maar de rechtbank oordeelt dat deze verschillen niet leiden tot een in het oog springende vergissing.
Ook het gevorderde zekerheidsstelling wordt afgewezen omdat het restitutierisico onvoldoende concreet is onderbouwd. [gedaagde] heeft inkomsten en geen emigratieplannen. De kosten worden aan [eiseres] opgelegd. Het vonnis bevestigt de uitvoerbaarheid van het loonvonnis en wijst het verzoek tot staking van executie af.
Uitkomst: Verzoek tot staking van executie en zekerheidstelling wordt afgewezen; [eiseres] veroordeeld in proceskosten.