Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
wonende te [woonplaats] ,
eiser, hierna ook te noemen: [eiser] ,
gemachtigde mr. O.P. van der Linden,
N.V. NUON WARMTE,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde, hierna ook te noemen: Nuon,
gemachtigde mr. F.H. Schraal.
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 november 2016
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens eiswijziging
- de conclusie van dupliek
- de akte uitlating producties van [eiser] .
2.De feiten
Op 14 mei hebben wij elkaar telefonisch gesproken. In deze e-mail wil ik u de afspraken bevestigen.
De uitspraak van de Geschillencommissie is bindend voor beide partijen. Vindt u of de andere partij de uitspraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Dan kunt u of de andere partij de rechter vragen hier naar te kijken. Dit moet binnen twee maanden na de verzenddatum van de uitspraak gebeuren. U moet de andere partij dan dagvaarden.(…)
Voor meer Commissie specifieke informatie verwijzen wij u naar het bij de commissie behorende reglement, brochure en onze websitewww. degeschillencommissie .nl.”
Vernietiging van het bindend advies van de commissie kan uitsluitend plaatsvinden door het ter toetsing voor te leggen aan de gewone rechter binnen twee maanden na de verzending van de uitspraak aan partijen. De rechter zal het bindend advies vernietigen, indien de uitspraak in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Door niet binnen voornoemde termijn de uitspraak aan de gewone rechter ter toetsing voor te leggen, wordt de uitspraak onaantastbaar.”
Beoordeling van het geschil
3.Het geschil
4.De beoordeling
19 april 2016, heeft de geschillencommissie de klachten van [eiser] ongegrond verklaard. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 31 lid 1 van Pro het reglement stond aan [eiser] een termijn van twee maanden na verzending van het bindend advies ter beschikking om het bindend advies ter toetsing aan de rechter voor te leggen, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:904 BW Pro nu de uitspraak van de geschillencommissie een beslissing is van een derde als in laatstgenoemd artikel bedoeld. Dit betekent dat [eiser] uiterlijk op 18 juni 2016 de onderhavige procedure aanhangig had dienen te maken door aan Nuon de dagvaarding te doen betekenen. Betekening van de dagvaarding vond evenwel eerst plaats op 29 november 2016 en derhalve ruimschoots na afloop van de door artikel 31 van Pro het reglement voorgeschreven en tussen partijen overeengekomen termijn.