Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde sub 1] c.s..
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is eigenaar van een perceel waarop een erfdienstbaarheid van voetpad rust ten behoeve van het aangrenzende perceel van gedaagde. Gedaagde heeft op deze strook grond voorzieningen aangebracht, waaronder een houten schutting, poort, verlichting, bestrating en beplanting. Eiser vordert verwijdering van deze voorzieningen omdat zij de erfdienstbaarheid te buiten gaan. Gedaagde stelt dat de schutting en poort er al sinds 2000 staan en dat eiser hiervoor toestemming heeft gegeven.
De rechtbank stelt vast dat de strook grond eigendom is van eiser en dat de erfdienstbaarheid beperkt is tot het voetpad zoals omschreven in de notariële akte. De voorzieningen zoals de schutting, poort en bestrating zijn niet noodzakelijk voor het gebruik als voetpad. Er is onvoldoende bewijs dat eiser toestemming heeft gegeven voor de schutting en poort, noch dat deze voorzieningen recent zijn gewijzigd. Daarom wijst de rechtbank de vordering tot verwijdering van deze voorzieningen af.
Wel is voldoende aannemelijk dat de verlichting, beplanting en het slot op de poort recent zonder toestemming zijn aangebracht. Deze voorzieningen moeten worden verwijderd. De dwangsom wordt gematigd tot € 500 per dag met een maximum van € 5.000. Gedaagde krijgt twee weken de tijd om aan het vonnis te voldoen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen twee weken de beplanting, het slot op de poort en de verlichting verwijderen van de strook grond met erfdienstbaarheid, onder dwangsom.