ECLI:NL:RBMNE:2017:6125
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Renken
- J.F. Haeck
- H. Vegter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak beroving wegens onvoldoende bewijs en onbetrouwbare verklaring aangever
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 24 oktober 2017 de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van beroving op 8 juni 2017 in Utrecht. De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden, mede op basis van de verklaringen van de aangever. De verdediging betoogde dat verdachte niet betrokken was en dat de verklaring van de aangever onbetrouwbaar was vanwege diens invloed van alcohol.
De rechtbank constateerde dat de aangever zijn verklaringen op belangrijke punten meerdere malen wijzigde. Zo verschilden de beschrijvingen van het geweld en de omstandigheden van de beroving aanzienlijk. De vermeende aanwezigheid van de vriendin van de aangever tijdens verklaringen, als reden voor onvolledige waarheidsgetrouwheid, kon niet worden bevestigd. Bovendien was de aangever onder invloed ten tijde van het incident. Hierdoor werd zijn verklaring met terughoudendheid beoordeeld.
Omdat verdachte elke betrokkenheid ontkende en er geen voldoende ondersteunend bewijs was, oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn schadevordering, die bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. De vordering tot tenuitvoerlegging werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.