Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Een verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor kan worden veroorzaakt door uiteenlopende feiten en omstandigheden, die in voormelde bepaling niet nader zijn omschreven. Als zich een dergelijke situatie voordoet, is de burgemeester bevoegd om de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. Welke inhoud en reikwijdte dergelijke bevelen mogen hebben, is in de bepaling evenmin nader omschreven. Zodoende is in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet aan de burgemeester een aanzienlijke beoordelingsruimte gelaten om te bepalen of de openbare orde is verstoord dan wel ernstige vrees daarvoor bestaat en welke maatregelen daartegen moeten worden genomen. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling, waarin onder meer is vermeld dat de bepaling "is gericht op de voorkoming en bestrijding van allerlei ordeverstoringen" en "dat bevelen in zijn algemeenheid een meer ad-hoc-karakter dragen dan voorschriften" (Kamerstukken I 1990/91, 19 403, nr. 64b, blz. 16-18), volgt dat de wetgever hiervoor bewust heeft gekozen. Als de burgemeester zich onverwacht geconfronteerd ziet met een verstoring van de openbare orde of als daar ernstige vrees voor bestaat, heeft hij op grond van deze bepaling de bevoegdheid om daartegen op te treden door het geven van bevelen die op de desbetreffende situatie zijn toegesneden. Niettemin moet de burgemeester bij de uitleg en de aanwending van de in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet neergelegde bevoegdheid rekening houden met het feit dat de bevelen zeer beperkt voorzienbaar zijn en dat daardoor afbreuk kan worden gedaan aan de rechtszekerheid.
Het besluit tot inbeslagname van [hond]
Het besluit tot herplaatsing van [hond]
Verder heeft verweerder contact gehad met betrokkenen en omwonenden en hieruit heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kunnen concluderen dat er opnieuw maatschappelijke onrust zal ontstaan als [hond] terug zou keren naar zijn oude omgeving. Alles bij elkaar heeft verweerder naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter wegens ernstige vrees voor het ontstaan van verstoring van de openbare orde tot het besluit tot herplaatsing kunnen komen. Dit besluit is passend en sluit aan bij de ernst van de (vrees voor) verstoring van de openbare orde. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat op grond van de thans voorhanden zijnde gegevens het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.