ECLI:NL:RBMNE:2017:6452

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 december 2017
Publicatiedatum
22 december 2017
Zaaknummer
16/652604-16 (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 141 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 157 Wetboek van StrafrechtArt. 45 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen geweld en brandstichting tijdens oud en nieuw

De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het plegen van openlijk geweld en brandstichting in Woerden tijdens de jaarwisseling van 2015 op 2016. Verdachte werd beschuldigd van het gezamenlijk plegen van geweld tegen voertuigen en het (poging tot) brandstichting in een brugwachtershuisje.

Tijdens de terechtzitting op 7 december 2017 werd vastgesteld dat verdachte mogelijk deel uitmaakte van een groep jongeren die betrokken was bij de brandstichtingen. Echter, de rechtbank oordeelde dat alleen aanwezigheid in een groep die geweld pleegt niet voldoende is om verdachte als medepleger aan te merken. Er ontbrak bewijs dat verdachte een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de gepleegde handelingen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder openlijk geweld en de poging tot brandstichting. Ook werd vastgesteld dat medeplegen niet bewezen kon worden vanwege het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.

De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht en compenseerde de proceskosten, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen geweld en brandstichting.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/652604-16 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 21 december 2017
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1999] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en mr. T.J. Roest Crollius, advocaat te Woerden, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
onder 1: in de periode van 31 december 2015 tot en met 1 januari 2016 in Woerden openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen 5 voertuigen;
onder 2 primair: op 1 januari 2016 in Woerden (samen met anderen) heeft geprobeerd brand te stichten in een brugwachtershuisje;
onder 2 subsidiair: op 1 januari 2016 in Woerden (samen met anderen) een ruit van een brugwachtershuisje heeft vernield.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

De rechtbank ziet in het dossier meerdere aanknopingspunten dat verdachte deel uit heeft gemaakt van een groep jongeren die tijdens oud en nieuw brandstichtingen heeft gepleegd. Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt echter niet zonder meer voldoende is om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de (gewelds)handelingen die zijn verricht. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.
De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde. Door de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de strafbare handelingen heeft verricht. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat medeplegen niet bewezen kan worden, nu niet blijkt dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.

5.BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 753,-. Dit bedrag bestaat uit € 553,- materiële schade en € 200,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1, vierde gedachtestreepje, ten laste gelegde feit.
5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering wordt verklaard.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is ook van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder 1, vierde gedachtestreepje, ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Benadeelde partij
- verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F. Koenis, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. A.C. van den Boogaard en D. Riani el Achhab, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2017.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 31 december 2015 tot en met 1
januari 2016 te Woerden, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten op of
aan de openbare weg, namelijk op of aan de hieronder genoemde weg(en), in
vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meerdere voertuig(en):
- een personenauto (merk: Hyundai, type Tucson, met kenteken: [kenteken] ) op/aan
de Iepenlaan
- een vrachtwagen (merk: Mitsubishi, type Canter, met kenteken: [kenteken] )
op/aan de Johan de Wittlaan
- een personenauto (merk: Alfa, type Romeo, met kenteken: [kenteken] ) op/aan de
Wilhelminaweg
- een personenauto (merk: Renault, type Megane, met kenteken: [kenteken] )
op/aan de Beerze
- een personenauto (merk: Toyota, type Aygo, met kenteken: [kenteken] ) op/aan
de Kievitstraat
welk geweld bestond uit het eenmaal of meermalen gooien van één of meerdere
(bak)ste(e)n(en) door/tegen één of meerdere ruit(en) van het/de voertuig(en)
en/of (vervolgens) het eenmaal of meermalen gooien van vuurwerk in het/de
voertuig(en), terwijl dit door hem gepleegde geweld vernieling ten gevolge
heeft gehad;
art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 141 lid 2 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
Primair
hij op of omstreeks 01 januari 2016 te Woerden, in elk geval in Nederland, ter
uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging
met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in een
brugwachtershuisje van de Kwakelbrug, gelegen aan de Leidsestraatweg (eigendom
van de Gemeente Woerden), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te
duchten was, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, met dat opzet een ruit van het voornoemde brugwachtershuisje heeft
ingeslagen/vernield en vervolgens één of meerdere stuk(ken) vuurwerk
(waaronder een zogenoemde wondertol) heeft afgestoken en deze vervolgens door
het gat in de ruit naar binnen heeft gegooid, in elk geval met dat opzet
(open) vuur in aanraking heeft gebracht met dat vuurwerk en/of met dat
(houten) brugwachtershuisje, althans met (een) brandbare stof(fen), zijnde de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
Subsidiair
hij op of omstreeks 1 januari 2016 te Woerden, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
en wederrechtelijk een ruit (van een brugwachtershuisje), in elk geval enig
goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Gemeente Woerden, in elk geval
aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft
vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht