ECLI:NL:RBMNE:2017:6457
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening medische urgentie woonruimte terminale patiënt
Verzoeker, een terminaal zieke man, vroeg om een voorlopige voorziening om voorrang te krijgen bij het verkrijgen van woonruimte vanwege zijn medische situatie. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten, wees de aanvraag om urgentie af op basis van een medisch advies waarin geen medische noodzaak voor een andere woning werd vastgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker weliswaar een spoedeisend belang had vanwege zijn korte levensverwachting, maar dat het ontbreken van een medische indicatie en het feit dat verzoeker woonruimte heeft, geen grond gaf voor toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder de belangenafweging in het primaire besluit niet volledig had gemotiveerd, met name ten aanzien van de hardheidsclausule.
Desondanks achtte de voorzieningenrechter de gebreken in het besluit geschikt voor herstel in de bezwaarprocedure en vond geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Verzoeker werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van medische noodzaak en mogelijkheid tot herstel in bezwaarprocedure.