De gemeente Utrecht verzocht de rechtbank om een verhaalsbijdrage van €510 per maand van de vrouw te bepalen voor de bijstand die aan haar minderjarige kind wordt verleend. De vrouw voerde verweer en stelde dat zij al alle kosten van het kind voldoet en dat de gemeente niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente op grond van de Participatiewet de kosten van bijstand kan verhalen op degene die zijn onderhoudsplicht jegens het minderjarige kind niet of niet behoorlijk nakomt. Onderlinge afspraken tussen partijen staan dit niet in de weg. De vrouw heeft voldoende draagkracht, maar zij voldoet al de verblijfskosten en verblijfsoverstijgende kosten van het kind. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €479 per maand, met een zorgkorting van 35% (€168).
De rechtbank stelde de verhaalsbijdrage vast op €168 per maand, zijnde de kosten die de man maakt tijdens verblijf van het kind bij hem en die hij moet voldoen uit zijn uitkering. De vrouw moet daarnaast de achterstand vanaf 1 juni 2017 aflossen met €84 per maand. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd.