ECLI:NL:RBMNE:2017:6763

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juli 2017
Publicatiedatum
26 januari 2018
Zaaknummer
C/16/412717 / HA RK 16-67
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 382 RvArt. 390 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek heroverweging beschikking deelgeschil over slotbetaling

In deze zaak verzocht de eiser om heroverweging van een eerdere beschikking van 20 juli 2016, waarin de rechtbank had geoordeeld dat er geen overeenstemming was bereikt over een slotbetaling tussen eiser en Achmea. De rechtbank baseerde dit op het feit dat het aanbod van Achmea was herroepen voordat eiser het had aanvaard. Tijdens de mondelinge behandeling was bevestigd dat aanvaarding niet vóór 12 oktober 2015 had plaatsgevonden.

Eiser stelde dat hij reeds op 8 juni 2015 via een WhatsApp-bericht zijn aanvaarding had kenbaar gemaakt, maar dat bericht was aan de aandacht van zijn raadsman ontsnapt. Hierdoor zou het eerdere oordeel berusten op een onjuiste grondslag. De rechtbank overwoog dat een kennelijke fout pas kan worden hersteld als deze direct duidelijk is voor partijen en derden, hetgeen hier niet het geval was.

Ook aan de voorwaarden voor herroeping van de beschikking zoals genoemd in artikel 382 Rv Pro was niet voldaan. De rechtbank zag geen reden om Achmea te horen omdat het verzoek sowieso moest worden afgewezen. De beschikking van 5 juli 2017 wijst het verzoek tot heroverweging af.

Uitkomst: Het verzoek om heroverweging van de beschikking wordt afgewezen wegens ontbreken van een kennelijke fout of grond voor herroeping.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/412717 / HA RK 16-67
Beschikking van 5 juli 2017
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat mr. S. Demirtas te Arnhem
en
de naamloze vennootschap
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., mede handelende onder de naam Interpolis,
gevestigd te Tilburg,
verweerster,
advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Achmea worden genoemd.

1.Het verzoek en de beoordeling daarvan

1.1.
Bij brief van 21 juni 2017 heeft de raadsman van [verzoeker] verzocht om heroverweging van de beschikking, die op 20 juli 2016 is gegeven in de deelgeschilprocedure tussen [verzoeker] en Achmea. Die deelgeschilprocedure ging over de vraag of [verzoeker] met Achmea overeenstemming had bereikt over een door Achmea aan [verzoeker] uit te keren slotbetaling. Bij genoemde beschikking van 20 juli 2016 heeft de rechtbank het verzoek van [verzoeker] afgewezen, overwegend dat Achmea een door haar gedaan aanbod over die slotuitkering al had herroepen vóór dat aanbod op 20 oktober 2015 door [verzoeker] werd aanvaard, waardoor partijen over die slotuitkering geen overeenstemming hadden bereikt. De rechtbank heeft bij dit oordeel betrokken dat de raadsman van [verzoeker] tijdens de in de deelgeschilprocedure gehouden mondelinge behandeling desgevraagd heeft bevestigd dat het voorstel niet vóór 12 oktober 2015 was aanvaard.
1.2.
Volgens de raadsman van [verzoeker] moet het verzoek alsnog worden toegewezen, omdat [verzoeker] op 8 juni 2015 door middel van een WhatsApp-bericht aan zijn raadsman heeft laten weten dat hij het door Achmea aan hem aangeboden bedrag accepteerde. Dat WhatsApp-bericht is destijds echter aan de aandacht van zijn raadsman ontsnapt, waarna [verzoeker] zijn raadsman op 12 oktober nogmaals heeft laten weten het voorstel te accepteren. De raadsman van [verzoeker] concludeert hieruit dat zijn opmerking ter zitting, dat het voorstel niet vóór 12 oktober 2015 was aanvaard, onjuist is en dat het oordeel van de rechter als gevolg daarvan berust op een onjuiste grondslag. Om die reden moet dit oordeel volgens de raadsman van [verzoeker] worden heroverwogen.
1.3.
De raadsman van [verzoeker] licht de grondslag van het verzoek om heroverweging niet toe. De rechtbank begrijpt de brief van 21 juni 2017 aldus, dat de raadsman verzoekt om herstel van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel (als bedoeld in artikel 31 Rv Pro.), dan wel om herroeping van de deelgeschilbeschikking (als bedoeld in artikel 390 Rv Pro in samenhang met artikel 382 Rv Pro).
1.4.
De rechtbank heeft Achmea niet in de gelegenheid gesteld om zich over het verzoek uit te laten, omdat het hoe dan ook aanstonds moet worden afgewezen (nog afgezien van het antwoord op de vraag of de aanvaarding van het aanbod door [verzoeker] Achmea ooit heeft bereikt). Van een kennelijke fout is immers pas sprake als voor partijen en derden direct duidelijk is dat een vergissing gemaakt is en dat is in deze zaak niet het geval. Het oordeel van de deelgeschilrechter is immers, gelet op hetgeen hem in de deelgeschilprocedure bekend is geworden, niet onbegrijpelijk. Van herroeping kan pas sprake zijn als wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 382 Rv Pro. Dat aan die voorwaarden wordt voldaan, is echter gesteld noch gebleken.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017. [1]

Voetnoten

1.type: