ECLI:NL:RBMNE:2017:6763
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heroverweging beschikking deelgeschil over slotbetaling
In deze zaak verzocht de eiser om heroverweging van een eerdere beschikking van 20 juli 2016, waarin de rechtbank had geoordeeld dat er geen overeenstemming was bereikt over een slotbetaling tussen eiser en Achmea. De rechtbank baseerde dit op het feit dat het aanbod van Achmea was herroepen voordat eiser het had aanvaard. Tijdens de mondelinge behandeling was bevestigd dat aanvaarding niet vóór 12 oktober 2015 had plaatsgevonden.
Eiser stelde dat hij reeds op 8 juni 2015 via een WhatsApp-bericht zijn aanvaarding had kenbaar gemaakt, maar dat bericht was aan de aandacht van zijn raadsman ontsnapt. Hierdoor zou het eerdere oordeel berusten op een onjuiste grondslag. De rechtbank overwoog dat een kennelijke fout pas kan worden hersteld als deze direct duidelijk is voor partijen en derden, hetgeen hier niet het geval was.
Ook aan de voorwaarden voor herroeping van de beschikking zoals genoemd in artikel 382 Rv Pro was niet voldaan. De rechtbank zag geen reden om Achmea te horen omdat het verzoek sowieso moest worden afgewezen. De beschikking van 5 juli 2017 wijst het verzoek tot heroverweging af.
Uitkomst: Het verzoek om heroverweging van de beschikking wordt afgewezen wegens ontbreken van een kennelijke fout of grond voor herroeping.