ECLI:NL:RBMNE:2017:6869
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herberekening BW-uitkering na wijziging WW-recht universitair ambtenaar
Eiser, een universitair ambtenaar, ontvangt sinds juni 2015 een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (BW-uitkering) op grond van de BWNU 2008. Na wijziging van zijn WW-rechten per 6 september 2016, waarbij een nieuwe WW-uitkering werd toegekend en de daglonen werden aangepast, weigerde verweerder de BW-uitkering aan te passen. Eiser stelde dat de BW-uitkering moest worden herberekend om aan te sluiten bij het gewijzigde WW-recht.
De rechtbank stelde vast dat de brief van verweerder van 16 februari 2017 een besluit is dat gericht is op rechtsgevolg en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. Juridisch oordeelde de rechtbank dat artikel 5, zevende lid, van de BWNU 2008, dat ziet op sancties of kortingen op de WW-uitkering, niet van toepassing is op een situatie waarin alleen het WW-recht is gewijzigd zonder sanctie.
Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom bij de vaststelling van de BW-uitkering geen rekening kon worden gehouden met de wijziging van het WW-recht. Daarom is sprake van een motiveringsgebrek. De rechtbank geeft verweerder zes weken de tijd om dit gebrek te herstellen met een nieuwe beslissing op bezwaar. De verdere behandeling van het geschil wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt zes weken om het gebrek te herstellen met een nieuwe beslissing op bezwaar.