ECLI:NL:RBMNE:2017:7057

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 januari 2017
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
C/16/362741 / HA ZA 14-130
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding deskundigenkosten in civiele procedure

In deze civiele zaak hebben eiser en gedaagde partijen een geschil over de vergoeding van deskundigenkosten. Eiser heeft verzocht om verbetering van het eerder gewezen vonnis van 14 september 2016, waarbij specifiek werd gevraagd om een oordeel over de vergoeding van deze kosten.

De rechtbank heeft gedaagde partijen in de gelegenheid gesteld om zich over het verzoek uit te laten en ontving bezwaar tegen het verzoek. Gedaagde stelde dat de proceskosten reeds gecompenseerd waren, waardoor iedere partij zijn eigen kosten, inclusief die van deskundigen, draagt.

De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke fout in het eerdere vonnis die eenvoudig hersteld kan worden. De deskundigenkosten worden beschouwd als onderdeel van de proceskosten en blijven voor rekening van eiser, die deze kosten tijdens de procedure heeft voorgeschoten. Het verzoek tot verbetering wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis met betrekking tot vergoeding van deskundigenkosten wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/362741 / HA ZA 14-130
Vonnis van 4 januari 2017
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[eiseres sub 2] ,
wonende te [woonplaats] , eisers,
advocaat mr. J-W. Verhoeven te Utrecht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 1]BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde sub 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagden,
advocaat mr. J.A. Huijgen te 's-Gravenhage.
Partijen zullen hierna [eiser c.s.] en [gedaagden c.s.] genoemd worden.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van 25 november 2016 is namens [eiser c.s.] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 14 september 2016 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de rechtbank een oordeel geeft over de vergoeding van de deskundigenkosten.
1.2.
De rechtbank heeft [gedaagden c.s.] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 12 december 2016 heeft mr. I. de Kroes namens [gedaagden c.s.] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben. Volgens haar heeft de rechtbank aanleiding gezien de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Ook de kosten verbonden aan de deskundige vallen hieronder.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 14 september 2016 geen sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De kosten verbonden aan de deskundige vallen onder de proceskosten. [eiser c.s.] heeft de kosten verbonden aan de deskundige gedurende de procedure voorgeschoten. Deze blijven aldus voor zijn eigen rekening. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst het verzoek om verbetering van het op 14 september 2016 tussen [eiser c.s.] en [gedaagden c.s.] gewezen vonnis af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2017.
type: ML (4324)
coll: