Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 januari 2017 in de zaak tussen
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: - Martho Flexwerk BV, gevestigd te Emmeloord, en- [derde-partij] , wonende te [woonplaats] .
Procesverloop
Overwegingen
- verweerder zal moeten motiveren op basis van welke gegevens hij tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van een hotelbedrijf als bedoeld in artikel 1.48 van de planregels van het bestemmingsplan ‘Bant’ (het bestemmingsplan).
Op grond van artikel 1.48 van de planregels wordt onder hotelbedrijf verstaan een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van nachtverblijf (boeking per nacht) waar maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en passanten.
Dit impliceert, aldus de rechtbank in de tussenuitspraak, dat het verblijf van de gasten beperkt is in duur. Dit betekent dat verweerder onderzoek dient te doen naar de duur en de aard (toeristisch / zakelijk / al dan niet werkzaam bij Martho Flexwerk BV) van het verblijf van de gasten. Verweerder dient inzichtelijk te maken hoeveel gasten in het hotel verblijven en hoe dit aantal is verdeeld naar type verblijf;
- het begrip ‘hotelbedrijf’ in artikel 1.48 van de planregels ook impliceert dat maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en passanten. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt op basis van welke gegevens hij tot de conclusie is gekomen dat het ook voor passanten mogelijk is om een maaltijd te nuttigen.
De logiesfunctie
Naar het oordeel van de rechtbank valt zonder toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat alleen al het feit dat zes gasten gedurende de totale periode van vijf maanden in hotel Noordoostpolder zijn verbleven niet tot de conclusie leidt dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Een dergelijk lang verblijf van meerdere personen is naar het oordeel van de rechtbank een sterke indicatie dat het gebruik van het pand in strijd is met de bestemming ‘horeca’.
feitelijkegebruik van het hotel te betrekken. Het feit dat er twee of meer kamers beschikbaar worden gehouden voor andere gasten dan de werknemers van Martho Werkflex B.V. maakt, gelet op de relatief beperkte omvang ten opzichte van de in totaal 22 kamers en het aantal werknemers van Martho Flexwerk B.V. dat feitelijk langdurig in hotel Noordoostpolder verblijft, nog niet dat op basis van het totaalbeeld kan worden gezegd dat sprake is van een hotelbedrijf.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;