Stichting Woonpunt, een woningcorporatie, had met Rabobank een raamovereenkomst Financiële Derivaten (OFD) gesloten waarin Rabobank het recht had om zekerheid te vragen voor verplichtingen uit renteswaps. Rabobank had echter in een brief van 29 augustus 2003 afstand gedaan van dit recht door het obligo blanco beschikbaar te stellen zonder zekerheidstelling. Deze afstand werd in 2009 bevestigd bij de overgang naar een ISDA-overeenkomst.
Rabobank had in 2014 een pandrecht gevestigd op de banktegoeden van Woonpunt wegens negatieve marktwaarde van de renteswaps, maar Woonpunt stelde dat Rabobank geen recht had om zekerheid te eisen. De rechtbank stelde vast dat Rabobank zich niet eenzijdig op dit recht kan beroepen omdat zij afstand had gedaan van het recht op zekerheid onder de OFD.
De rechtbank veroordeelde Rabobank tot betaling van het bedrag van bijna 10 miljoen euro dat zij had geblokkeerd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van blokkering. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval Rabobank niet binnen vijf werkdagen aan het vonnis zou voldoen. De verklaring voor recht bevestigde dat Woonpunt niet gehouden is zekerheid te stellen onder de OFD en Algemene Bankvoorwaarden.