De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten om een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieuneutrale wijziging van een biologische diervoederfabriek. Eiser, wonend op het naastgelegen perceel, betwistte de vergunning op grond van onvoldoende gegevens in de aanvraag en het onrechtmatig betrekken van een akoestisch rapport.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag voldoende gegevens bevatte om een weloverwogen besluit te nemen, mede omdat situatietekeningen en eerdere revisievergunningen inzicht gaven in de inrichting. De stelling dat technische gegevens over geluiddempers ontbraken, leidt niet tot het oordeel dat de aanvraag niet in behandeling had mogen worden genomen.
Verder is vastgesteld dat het geluidsrapport, hoewel niet expliciet in de aanvraag genoemd, terecht is betrokken bij de besluitvorming. Het rapport is beoordeeld en akkoord bevonden door het bevoegd gezag en geldt als definitief. De rechtbank wijst erop dat de vraag of aan een voorschrift van de revisievergunning is voldaan een handhavingskwestie is en buiten deze procedure valt.
Omdat eiser alleen formele gronden aanvoerde en geen inhoudelijke bezwaren tegen de vergunning, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af.