Op 2 juni 2016 stichtte verdachte in zijn cel in de Penitentiaire Inrichting Almere brand door een koelkast, magnetron en televisie op te stapelen, daar een laken overheen te leggen en dit aan te steken. Door de brand en rookontwikkeling ontstond levensgevaar voor medegedetineerden en personeel, die geen kant op konden. Tevens vernielde verdachte de eigendommen van de inrichting.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht en goederen heeft vernield. De verdediging voerde aan dat er geen levensgevaar was, maar de rechtbank oordeelde dat rookontwikkeling een voorzienbaar levensgevaar vormde. Verdachte heeft een schizofrene stoornis, maar dit leidde niet tot vermindering van toerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Daarbij werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering en behandeling in een forensische psychiatrische zorginstelling, om recidive en gevaar te voorkomen.