Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
1. medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool (Browning) en munitie (559 patronen) op 5 april 2016 te Rotterdam/IJsselstein;
2. Primair: medeplegen van bedrog met handelsnaam of merk op een of meer tijdstippen in de periode van 1 maart 2016 t/m 5 april 2016 te Rotterdam/IJsselstein door het nabootsen van 34.000 tabletten van [handelsnaam] ;
Subsidiair: medeplichtigheid aan bedrog met handelsnaam of merk;
3. medeplegen van voorbereidingshandelingen die betrekking hebben op de Opiumwet in de periode van 1 december 2015 t/m 5 april 2016 te Rotterdam/IJsselstein/Schijndel;
4. medeplegen van het voorhanden hebben van pepperspray op 5 april 2016 te IJsselstein;
5. medeplegen van het voorhanden hebben van een stroomstootwapen op 5 april 2016 te IJsselstein/Rotterdam.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Cafeïne
- Theofylline (ongeveer 150 kg)
- PVP-K30 (ongeveer 50 kg)
- Kinine (ongeveer 75 kg).
- “Coke Green” en “Methagualone”
- “Coke Red” en “Canabis”
- “Canabis”
- “LSD”.
artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 10 en 10a van de Opiumwet en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;