ECLI:NL:RBMNE:2018:1531

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
C/16/456499 / HA RK 18/87
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van griffierecht bij procedure namens onder bewind gestelde natuurlijke persoon

De zaak betreft een verzoekschrift ingediend door een besloten vennootschap (B.V.) die optreedt als bewindvoerder namens een onder bewind gestelde natuurlijke persoon. De B.V. betwist het door de griffier geheven griffierecht, omdat zij van mening is dat ten onrechte het tarief voor een niet-natuurlijke persoon is toegepast.

De rechtbank constateert dat het griffierecht van € 952,00 reeds is betaald en dat het verzoekschrift binnen de wettelijke termijn is ingediend. Gezien het feit dat de vordering namens de natuurlijke persoon is ingediend en het griffierecht aan deze persoon zal worden doorbelast, oordeelt de rechtbank dat het griffierecht voor natuurlijke personen van toepassing is.

Omdat tevens een toevoeging voor onvermogenden is overgelegd, wordt het griffierecht vastgesteld op € 79,00. De rechtbank verklaart het verzet gegrond en draagt de griffier op om het teveel betaalde bedrag van € 873,00 aan verzoekster te retourneren.

Uitkomst: Het verzet tegen het geheven griffierecht wordt gegrond verklaard en het teveel betaalde bedrag wordt gerestitueerd.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
Rekestnummer: C/16/456499 / HA RK 18/87
Beschikking van 11 april 2018
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestiginsplaats] ,
handelend in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [A] ,
verzoekster,
advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
de griffier van de rechtbank,
zetelend te Utrecht,
verweerder.
Partijen zullen hierna ook de verzoekster en de griffier genoemd worden.

1.De beoordeling

1.1.
Verzoekster heeft op 7 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Bij dat verzoekschrift komt verzoekster overeenkomstig artikel 29 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) in verzet tegen het door de griffier in rekening gebrachte griffierecht in de procedure met kenmerknummer 6677355 UC EXPL 18-1978 (hierna te noemen ‘de dagvaardingsprocedure’).
1.2.
De rechtbank constateert dat het geheven griffierecht van € 952,00 op 28 februari 2018 door verzoekster is betaald. Het verzoekschrift van 7 maart 2018 is derhalve binnen de daartoe van toepassing zijnde termijn van één maand na betaling van het griffierecht ingediend.
1.3.
Verzoekster stelt met betrekking tot de verschuldigdheid van het griffierecht het volgende. Verzoekster is van oordeel dat ten onrechte het griffierecht behorende bij een niet-natuurlijke persoon is geheven. [verzoekster] B.V. is weliswaar een ven-nootschap (niet-natuurlijke persoon) doch zij handelt, zoals in de dagvaarding is omschre-ven, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [A] .
1.4.
De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
1.5.
De rechtbank stelt vast dat de vordering in de dagvaardingsprocedure weliswaar is ingediend door een niet-natuurlijke persoon, maar dat deze vordering is ingediend namens de onder bewind gestelde [A] . Aangezien het te betalen griffierecht zal worden door-belast aan de onder bewind gestelde, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat [verzoekster] B.V. het griffierecht voor natuurlijke personen verschuldigd is. Nu voorts een toevoeging is overgelegd, zal het griffierecht voor onvermogenden ten bedrage van
€ 79,00 worden geheven.
1.6.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzet gegrond zal verklaren en de griffier zal opdragen om een bedrag van € 873,00 (€ 952,00 -/- € 79,00) aan verzoekster te retourneren.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
verklaart het verzet gegrond;
2.2.
draagt de griffier van deze rechtbank op om het teveel in rekening gebrachte griffierecht ten bedrage van € 873,00 aan verzoekster te retourneren.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Reitsma en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.