ECLI:NL:RBMNE:2018:1616
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in vervolging accountants KPMG wegens redelijke belangenafweging
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 april 2018 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafzaak tegen drie accountants van KPMG, verdacht van witwassen en valsheid in geschrift.
De zaak betrof vermeende omkoping door Ballast Nedam aan buitenlandse ambtenaren, waarvan de betalingen zouden zijn verhuld in de administratie en goedgekeurd door de accountants. Het OM had een schikking getroffen met Ballast Nedam, waarna strafzaken tegen bestuurders werden geseponeerd, maar de accountants wel vervolgd.
De verdediging voerde aan dat het onredelijk was om de accountants te vervolgen terwijl de bestuurders niet werden vervolgd, en dat het OM aanvankelijk een transactie voorstelde maar deze later introk zonder duidelijke motivering. De rechtbank oordeelde dat het OM onbehoorlijk had gehandeld tijdens het schikkingstraject en dat het tijdsverloop van 12 tot 17 jaar de belangen van strafrechtelijke vervolging verminderde.
De rechtbank concludeerde dat geen redelijk handelend lid van het OM kon oordelen dat vervolging van de accountants gerechtvaardigd was, waardoor het OM niet-ontvankelijk werd verklaard. De zaak illustreert de strenge toetsing aan de belangenafweging bij vervolgingsbeslissingen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de accountants vanwege een onredelijke belangenafweging en onbehoorlijk handelen.