ECLI:NL:RBMNE:2018:1652
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks ontbrekende verklaring Faillissementswet
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Hoewel het verzoekschrift niet voldeed aan artikel 285 lid 1 sub Pro f, omdat een met redenen omklede verklaring over het ontbreken van een buitengerechtelijke schuldregeling ontbrak, werd het verzoek niet afgewezen.
De rechtbank nam in aanmerking dat PLANgroep nalatig was geweest in het verlengen van een moratorium dat was aangevraagd om een uithuiszetting te voorkomen. Hierdoor dreigde alsnog een uithuiszetting, ondanks een regeling met de verhuurder in afwachting van het vonnis. PLANgroep had onvoldoende informatie verstrekt over pogingen tot minnelijke schuldregeling.
De rechtbank oordeelde dat het niet in de lijn der verwachting lag dat PLANgroep alsnog een verklaring zou overleggen en dat verzoekster niet de dupe mocht worden van deze nalatigheid. Gezien de dreiging van uithuiszetting en het aannemelijk zijn van de overige toelatingsvereisten, werd het verzoek toegewezen.
De rechtbank benoemde een rechter-commissaris, verhoogde het vrij te laten bedrag conform de beslagvrije voet en stelde het salaris van de bewindvoerder vast. Tevens gaf zij de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoekster gerichte post.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks ontbreken van een met redenen omklede verklaring.