In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van een aanzienlijke huurachterstand wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen door de huurder.
De huurovereenkomst loopt tot oktober 2019, maar de huurder heeft een huurachterstand van ruim €25.000 opgebouwd en heeft de huurtermijnen herhaaldelijk niet tijdig voldaan. De verhuurder stelt dat de huurder geen serieuze pogingen onderneemt om de financiële situatie te verbeteren en vreest verdere achterstanden.
De huurder erkent de achterstand, maar voert aan dat een mogelijke overname door een nieuwe eigenaar de situatie zal verbeteren. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang is gegeven en dat de kans van slagen van ontbinding in een bodemprocedure voldoende is om vooruit te lopen op ontruiming in kort geding.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat de verhuurder reeds een executiemogelijkheid heeft. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 30 dagen, betaling van de huurachterstand met rente, en de proceskosten.