ECLI:NL:RBMNE:2018:1922
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verstekvonnis tot ontruiming en betaling huurachterstand medehuurders
De zaak betreft een vordering van de verhuurder tegen twee huurders, waarvan één contractueel huurder en de ander medehuurder wegens huwelijk. De verhuurder vordert betaling van achterstallige huur en ontruiming van de woning. De huurachterstand bedroeg bijna negenduizend euro over zes maanden.
De gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de echtgenoot van de huurder medehuurder is op grond van artikel 7:266 BW Pro en hoofdelijk aansprakelijk is voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen, in afwijking van de gevorderde twee dagen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de verhuurder de verkeerde algemene bepalingen heeft overgelegd en niet heeft aangetoond dat deze kosten verschuldigd zijn. De machtiging tot zelfuitvoering van de ontruiming wordt eveneens afgewezen omdat de wet reeds voldoende executiebevoegdheden biedt.
Tot slot worden de proceskosten aan de zijde van de verhuurder toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verstekvonnis tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand met wettelijke rente, incassokosten afgewezen.