Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het proces-verbaal van de zitting van 22 februari 2018;
- een schriftelijke reactie van 28 februari 2018 van mr. drs. E. van den Brink.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter in een strafzaak, stellende dat de rechter weigerde te bevestigen dat zij zich zou houden aan artikel 162 Sv Pro, wat een eerlijk proces in gevaar zou brengen.
De rechter verweerde zich met het argument dat verzoeker probeerde de leiding over de zitting te nemen en dat het wrakingsverzoek voortkwam uit het ontbreken van een direct antwoord op de vraag over artikel 162 Sv Pro.
De wrakingskamer oordeelde dat het niet beantwoorden van deze vraag geen aanwijzing is voor partijdigheid of vooringenomenheid. Ook de stelling dat er geen eerlijk proces zou zijn, zonder nadere onderbouwing, is onvoldoende.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat de rechterlijke onpartijdigheid niet in het geding is en wees het wrakingsverzoek af. De strafzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt ongegrond verklaard en de strafzaak wordt voortgezet.