Partijen zijn op 14 september 2015 een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben drie minderjarige kinderen. Zij verzoeken de ontbinding van het geregistreerd partnerschap wegens duurzame ontwrichting, maar willen na ontbinding met elkaar trouwen op 15 juni 2018.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van duurzame ontwrichting, omdat partijen het huwelijk willen voortzetten. Echter, vanwege de werkzaamheden van de man in het buitenland en het feit dat een huwelijk door omzetting van een geregistreerd partnerschap niet in alle landen wordt erkend, is er een redelijk belang om het partnerschap eerst te ontbinden.
Partijen hebben aannemelijk gemaakt dat zij nadelige gevolgen kunnen ondervinden als het geregistreerd partnerschap niet wordt ontbonden en zij direct zouden trouwen via omzetting. Er zijn geen alternatieven om een internationaal erkend huwelijk te verkrijgen.
De rechtbank acht het verzoek tot ontbinding daarom toewijsbaar en neemt het ouderschapsplan in de beschikking op. Partijen zijn zich bewust van de vermogensrechtelijke en erfrechtelijke gevolgen en zullen zich zo nodig verder laten adviseren.