ECLI:NL:RBMNE:2018:2096

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 mei 2018
Publicatiedatum
16 mei 2018
Zaaknummer
6822608 UT VERZ 18-8105
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.A.M. Penders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArtikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek onderbewindstelling en instelling mentorschap wegens lichamelijke of geestelijke toestand

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap voor betrokkene, geboren in 1996, wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand die hem tijdelijk of duurzaam verhindert zijn belangen volledig waar te nemen.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene samen met zijn moeder een gezamenlijke huishouding voert waarbij de moeder de financiën beheert. Er zijn geen schulden en betrokkene komt financieel niets tekort. Het ontbreken van spaargeld werd niet als reden gezien om onderbewindstelling toe te passen.

De kantonrechter oordeelde dat het verzoek tot onderbewindstelling daarom moest worden afgewezen. Wel werd een mentorschap ingesteld om betrokkene te ondersteunen bij zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard. De mentor werd benoemd en de beloning vastgesteld conform de geldende regeling.

Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden door een advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot onderbewindstelling afgewezen; mentorschap ingesteld met benoeming van mentor.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau
locatie Utrecht
zaaknummer: 6822608 UT VERZ 18-8105 en 6822609 UT VERZ 18-8106 (DAL)
Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap d.d. 23 mei 2018
Ingediend door:
Officier van Justitie
Arrondissementparket Midden-Nederland
hierna te noemen: verzoeker(s).

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 20 maart 2018;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.
  • de bereidverklaring van de voorgestelde mentor(en) om tot mentor(en) te worden benoemd.

De beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan, alsmede tot instelling van mentorschap ten behoeve van de rechthebbende
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [1996] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] , wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen en zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat zal zijn ten volle zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
Ter zitting heeft de moeder van betrokkene gezegd het prettig te vinden als zij en haar zoon hulp krijgen bij het vinden van een goede plek waar betrokkene te zijner tijd meer zelfstandig kan gaan wonen.
Tegen de voorgestelde mentor(en) zijn geen bezwaren gerezen.
Tot nu toe verzorgt de moeder van betrokkene zijn financiën. Moeder en betrokkene voeren een gemeenschappelijke huishouding en moeder beheert op haar eigen wijze de financiën. Er zijn geen schulden en betrokkene komt in materieel opzicht niets tekort. Dat er niet wordt gespaard is geen reden om bewind uit te spreken. Volgens moeder is er nu al ruim voldoende huisraad om toekomstige woonruimte van betrokkene te kunnen meubileren en stofferen. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring.
Dat een professionele bewindvoerder bij het beheren van de financiën wellicht andere keuzes zou maken, is geen reden om door het instellen van bewind in te grijpen in de – gezonde - financiële situatie van betrokkene en zijn moeder.
Het verzoek tot onderbewindstelling van de (toekomstige) goederen van betrokkene zal daarom worden afgewezen.
De kantonrechter zal de jaarbeloning van de te benoemen mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen
overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 519,40

De beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot onderbewindstelling af;
- stelt een mentorschap in ten behoeve van
[betrokkene]voornoemd;
- benoemt tot mentor(en):
KempenBewind B.V., correspondentieadres te [postcode] [vestigingsplaats] , Postbus [postbusnummer] ;
- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.