Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Beschikking van 8 mei 2018
[betrokkene] ,
verleenteen machtiging tot voortgezet verblijf van de betrokkene in de [verblijfplaats] te [woonplaats] of in een ander psychiatrisch ziekenhuis, met ingang van
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een psychiatrische stoornis door middelengebruik. Ondanks pogingen van behandelaren en regionale organisaties is geen passende behandelplek gevonden in Nederland.
De betrokkene kan niet met verlof vanwege het risico op terugval in GHB-gebruik en het gevaar van heimelijk gebruik binnen de kliniek. De behandelaren achten langdurig verblijf zonder verlof wenselijk, maar begeleiding buiten het ziekenhuis is niet haalbaar vanwege veiligheidsrisico's. De rechtbank concludeert dat de stoornis aanwezig blijft en gevaar veroorzaakt, met name het risico op ernstig letsel aan anderen.
De rechtbank weegt het gevaar van terugkeer in de maatschappij zonder gedwongen hulp af tegen het verblijf binnen de kliniek. Ondanks het ontbreken van behandeling binnen de instelling is het gevaar daar aanzienlijk minder. De rechtbank acht de voorwaarden voor een machtiging tot voortgezet verblijf vervuld en verlengt deze voor de maximale termijn van een jaar, met ingang van 8 mei 2018 tot 8 mei 2019.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortgezet verblijf voor de duur van één jaar wegens psychiatrische stoornis en gevaar.