De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 april 2018 uitspraak gedaan over het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van 13 november 2017, waarin de rechtbank zich onbevoegd had verklaard kennis te nemen van het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Opposant voerde twee argumenten aan: een principieel argument over het recht op besluitvorming bij verzoeken om informatie die al openbaar zou zijn, en een feitelijk argument dat de gevraagde informatie niet openbaar was. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van 30 mei 2017 wel degelijk een aanvraag in de zin van de Awb was en dat de brief van 23 juni 2017 van het college als een besluit moest worden gezien, waarmee het college niet in gebreke was.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd de verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €250,50. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk voor het verzet, maar hoger beroep staat open tegen het beroep.