Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Beschikking van de kantonrechter d.d. 19 april 2018
[handelsnaam] B.V.,
[erflaatster] ,
De procedure
- de heer [A] , bestuurder van [handelsnaam] B.V.;
- de heer [B] , bestuurder van [handelsnaam] B.V.;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Mevrouw erflaatster stond onder bewind en haar nalatenschap werd beneficiair aanvaard door [handelsnaam] B.V., bestuurder van de erfgenaam [naam stichting]. De kantonrechter stelde vast dat de bestuurders zonder overleg met de rechter de nalatenschap aanvaardden en onvoldoende transparantie boden over de afwikkeling.
De bestuurders investeerden het geërfde bedrag in een opleidingsinstituut op basis van een mondelinge overeenkomst, later gevolgd door een met terugwerkende kracht opgesteld contract. De kantonrechter oordeelde dat dit een ernstige schending was van de integriteitsregels voor bewindvoerders zoals neergelegd in artikel 9 van Pro het Besluit ter waarborging van de kwaliteit van curatoren en bewindvoerders.
Hoewel de bestuurders zich bewust werden van hun fouten en berouw toonden, werd hen opgelegd het volledige bedrag van €34.908,75 terug te storten op de derdengeldenrekening van de notaris. Tevens moesten zij een open brief opstellen aan medewerkers en franchisenemers, die door de kantonrechter moest worden goedgekeurd. Pas na naleving van deze voorwaarden kan de benoembaarheid van [handelsnaam] B.V. worden hersteld.
Uitkomst: De bestuurders van het bewindvoerderskantoor moeten het geërfde bedrag terugstorten en openheid geven over hun handelswijze.