Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: ‘getuige [getuige 1] ’)verklaart dat hij op 6 oktober 2017 in [café] was en zag dat een jongen [slachtoffer 1] bij haar kruis pakte. [4] [getuige 1] is later opnieuw het café ingelopen en gaf de portier een teken toen hij de jongen weer zag. Hij zag vervolgens dat door de portier de juiste jongen werd meegenomen. [5]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2018;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens [slachtoffer 2] , gedateerd op 20 mei 2017, genummerd PL0900-2017149945-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden;
3 (drie) maanden,van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;