ECLI:NL:RBMNE:2018:2548
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid en integriteitszorgen afgewezen
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter wegens vermeende partijdigheid en een lopend corruptieonderzoek. Zij stelde dat haar advocaat haar niet fysiek wilde bijstaan, wat volgens haar partijdigheid bevestigde, en voegde een onduidelijke internetbijlage toe als bewijs van het onderzoek.
De rechter ontkende elke betrokkenheid bij corruptie en benadrukte dat hij nog geen bemoeienis met het dossier had gehad. Hij had het vermeende onderzoek via de website onderzocht, maar vond geen concrete aanwijzingen en ontving geen reactie op zijn navraag.
De wrakingskamer oordeelde dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken. Het zoekresultaat was onduidelijk en niet onderbouwd, en eerdere wrakingsverzoeken tegen de rechter waren steeds ongegrond verklaard.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoekster het wrakingsmiddel mogelijk misbruikt door herhaaldelijk ongefundeerde verzoeken in te dienen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van haar niet in behandeling wordt genomen.
De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing door het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.