Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TUSSENVONNIS
3.TENLASTELEGGING
4.VOORVRAGEN
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
6.BEWEZENVERKLARING
zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
met voorwaarden. Daartoe acht de rechtbank het wenselijk dat door de reclassering omtrent verdachte een maatregelrapport wordt opgemaakt. De rechtbank acht het in het belang van de maatschappij, maar zeker ook in het belang van verdachte, dat onderzoek wordt gedaan naar mogelijke voorwaarden, die verdachte de nodige steun bieden bij het omgaan met zijn persoonlijkheidsstoornis en die eraan bijdragen dat verdachte niet wederom dergelijke strafbare feiten begaat. De rechtbank heeft ter zitting begrepen dat verdachte aan zichzelf wil werken en dringt er op aan dat verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering op te stellen maatregelrapport. Naar het oordeel van de rechtbank is dit ook in het belang van verdachte zelf.
9.BESLISSING
heropent het onderzoek;
geeft opdracht aan de officier van justitieom de reclassering een maatregelrapport omtrent verdachte te laten opmaken waarin de mogelijkheden van de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden worden onderzocht;
geeft opdracht aan de officier van justitieom de reclasseringsrapporteur die voornoemd rapport zal opmaken, als getuige-deskundige op te roepen tegen de nog nader te bepalen terechtzitting;
schorsthet onderzoek ter terechtzitting voor
onbepaalde tijd, welke schorsing in verband met de klemmende reden dat het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere voortzetting niet toelaat, langer is dan één maand doch niet langer dan drie maanden;