ECLI:NL:RBMNE:2018:2551
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele zaak, stellende dat de rechter de rechtsgang frustreert door het verlenen van uitstel aan de wederpartij. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro, dat wraking mogelijk maakt bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten.
De rechter had uitstel verleend aan de wederpartij die niet op de hoogte was van de zitting en geen stukken had ontvangen. Dit uitstel was een gemotiveerde procesbeslissing, gebaseerd op het procesreglement. De wrakingskamer overwoog dat een negatieve procesbeslissing op zichzelf geen grond is voor wraking, tenzij deze onbegrijpelijk is en wijst op vooringenomenheid.
De kamer concludeerde dat er geen persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bestaat. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.