ECLI:NL:RBMNE:2018:2554
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek wegens vermeende rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in omdat hij op de rolzitting niet inhoudelijk mocht reageren, wat volgens hem de onpartijdigheid van de rechter in twijfel trok.
De wrakingskamer onderzocht of er feiten of omstandigheden waren die de rechterlijke onpartijdigheid konden schaden. Hierbij geldt dat een rechter onpartijdig wordt geacht totdat het tegendeel is bewezen, waarbij objectieve rechtvaardiging voor vrees voor partijdigheid doorslaggevend is.
De kamer concludeerde dat niet is vastgesteld dat een rechter betrokken was bij de gang van zaken zoals door verzoeker beschreven, en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en de procedure voortgezet zoals die was voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en de procedure wordt voortgezet.