ECLI:NL:RBMNE:2018:2555
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring wrakingsverzoek rechtbank wegens ontbreken gronden
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de kamer die haar hoofdzaak behandelen, omdat zij geen oproep voor een zitting had ontvangen. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en concludeerde dat het verzoek niet gericht was tegen de rechters zelf, mede omdat verzoekster de namen van de rechters niet vermeldde.
De wrakingskamer overwoog dat de rechters geen betrokkenheid hadden bij de verzending van de oproep en dat het verzoek daarom niet de rechterlijke onpartijdigheid aantastte. Het verzoek werd derhalve als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld conform het wrakingsprotocol van de rechtbank.
De wrakingskamer besloot het verzoek zonder zitting niet-ontvankelijk te verklaren en bepaalde dat de hoofdprocedure voortgezet wordt in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt zonder zitting niet-ontvankelijk verklaard en de hoofdprocedure wordt voortgezet.