Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2018 in de zaak tussen
Biga Groep BV, te Zeist, eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) is het niet toegestaan om bij verordening een aantal mensen categoraal uit te sluiten door een ondergrens in de loonwaarde op te nemen. Hierbij is door het Ministerie van SoZaWe het volgende overwogen:
De doelgroep loonkostensubsidie is in art. 6 lid 1 onder Pro e van de Pw bewust gedefinieerd als “van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon (WML), doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben”, dus zonder een expliciete minimum loonwaarde.
Artikel 6, lid 2 van de Pw geeft de gemeente opdracht regels te stellen voor de uitvoering. Hier is relevant dat wordt vastgesteld (lid 2 onder a) hoe de gemeente (als proces) vaststelt wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, en (lid 2 onder b) hoe de loonwaarde wordt vastgesteld. Dit zijn 2 verschillende- van elkaar onafhankelijke – bestuurshandelingen.
Bij de berekening van het bedrag in euro aan loonkostensubsidie (LKS) is wel een maximum opgelegd in de Pw, namelijk 70% van het WML. De consequentie hiervan is dat voor mensen met een loonwaarde onder de 30% een onvolledige compensatie aan werkgevers wordt gegeven en daardoor mogelijk minder aantrekkelijk worden voor de werkgever. Het is echter niet uitgesloten: De Pw en Regeling zegt alleen dat een LKS bij een loonwaarde van onder de 30% maximaal 70% van het WML is. Kortom: de wetgever heeft voorzien dat er ook loonkostensubsidie aan mensen met een loonwaarde van onder de 30% mogelijk moet zijn, anders had deze casus niet in de wet opgenomen hoeven worden.
De gemeenteraad stelt bij verordening regels op met betrekking tot het aanbieden van voorzieningen (artikel 8a, lid 1 onder a van de Pw). Die regels moeten (artikel 8a, lid 2 onder a van de Pw) in ieder geval bepalen onder welke voorwaarden welke personen en werkgevers in aanmerking komen. Daarbij dient de gemeente “rekening houdende met de omstandigheden… evenwichtig over deze personen wordt verdeeld”.
Gegeven het feit dat aan het gemeentelijk budget middelen zijn toegevoegd voor de volledig geraamde doelgroep met een gemiddelde loonwaarde van 50% is het onvoldoende om alleen met een verwijzing naar financiële afwegingen een deel van de doelgroep bij voorbaat uit te zonderen.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen zes weken opnieuw op de aanvraag van eiser te beslissen;