Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 maart 2018
- de akte van [eiseres]
- de antwoordakte van [gedaagde] .
2.De verdere beoordeling
Tussenvonnis 14 maart 2018
19.266,00(6,0 punten × tarief € 3.211,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens tekortkoming van gedaagde in de nakoming van een afspraak waarbij gedaagde zijn aandelen in een onderneming aan eiseres zou verpanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de afspraak bestond en dat gedaagde tekort is geschoten, maar de kernvraag is of hierdoor schade is geleden.
Eiseres heeft gesteld dat de aandelen destijds een aanzienlijke waarde hadden en heeft een waardebepaling overgelegd waaruit een positieve waarde van € 650.000,- zou blijken. Gedaagde heeft echter een tegenwaardeanalyse overgelegd van twee Register Valuators waaruit blijkt dat de aandelen per september 2009 een negatieve waarde van € 860.912,- hadden, mede vanwege de financiële situatie van de onderneming.
De rechtbank heeft geoordeeld dat eiseres deze negatieve waardering niet heeft weersproken en dat de aandelen bij verkoop niets zouden hebben opgebracht. Hierdoor is niet aannemelijk geworden dat eiseres schade heeft geleden door de tekortkoming van gedaagde. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade en veroordeelt eiseres in de proceskosten.