Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 januari 2018
- de akte van [gedaagde]
- de antwoordakte van [bedrijfsnaam 1] .
2.De verdere beoordeling
3.222,00(3,0 punten × tarief € 1.074,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiseres, handelend onder een bedrijfsnaam, bestuurdersaansprakelijkheid van gedaagde wegens een activatransactie die voorafging aan het faillissement van een vennootschap. De rechtbank herhaalt de stelplicht van eiseres om onrechtmatig handelen en schade te bewijzen, en de verzwaarde stelplicht van gedaagde om omstandigheden die het tegendeel ondersteunen te onderbouwen.
Gedaagde heeft toegelicht dat de vennootschap in 2015 onder intensief beheer van de Rabobank en DLL stond, waarbij de financiering van debiteuren werd teruggedraaid, wat leidde tot liquiditeitsproblemen en onvermogen om kortlopende verplichtingen te voldoen. Eiseres heeft onvoldoende feiten gesteld die het onrechtmatig handelen van gedaagde onderbouwen en baseert haar stellingen op onvoldoende onderbouwde conclusies.
De rechtbank concludeert dat het faillissement op korte termijn onafwendbaar was en dat de activatransactie niet onrechtmatig was jegens eiseres. De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer en uitgesproken op 30 mei 2018.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen door gedaagde.