Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder
gemachtigde J.F. van der Straten.
Rechtbank Midden-Nederland
De gemeente Soest verleende vergunningen voor de verbouwing van een gebouw tot cultuurhuis, waarbij verschillende vergunningen gefaseerd werden afgegeven voor bouwen, exploitatie, terras en alcoholverstrekking. Eisers stelden dat dit onbehoorlijk bestuur was omdat de vergunningen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat de feitelijke activiteiten niet binnen de bestemming 'maatschappelijk' passen.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 2.7 Wabo alleen onlosmakelijke activiteiten in één aanvraag moeten worden meegenomen. Hier betrof het bouwen, terwijl de andere vergunningen op andere wetgeving zijn gebaseerd, waardoor gefaseerd vergunnen niet onbehoorlijk is. Verder past het gebruik als cultuurhuis met bibliotheek en ondergeschikte kantine binnen de bestemming.
Ten aanzien van parkeren is vastgesteld dat de parkeernorm voor het bouwplan voldoet aan het bestemmingsplan en dat een bestaand tekort buiten beschouwing blijft. Er is geen ruimte voor belangenafweging, waardoor het beroep ongegrond is verklaard. De rechtbank bevestigde dat de vergunning terecht is verleend en dat er geen aanwijzingen zijn dat het gebouw voor andere dan toegestane doeleinden zal worden gebruikt.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het cultuurhuis is ongegrond verklaard.