Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juni 2018 in de zaak tussen
Vereniging Lyceumkwartier Zeist, te Zeist, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen”.Hieruit volgt dat van belang is dat de aanliggende percelen slechts via de weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring te bereiken is. Daarvan is in dit geval geen sprake en dus wordt niet voldaan aan de definitie van bestemmingsverkeer. Ter zitting erkent verweerder dat op het deel van de weg dat nu is aangewezen voor eenrichtingsverkeer strikt genomen geen sprake is van bestemmingsverkeer in de zin van het RVV 1990 en da de uitzondering een breder doel dient dan bestemmingsverkeer toelaten. Dit leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit op dit punt is genomen in strijd met artikel 1 van Pro de RVV 1990. De beroepsgrond slaagt.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin bij het instellen van eenrichtingsverkeer op de Professor Lorentzlaan, tussen de Boslaan en de Fransen van de Puttelaan, een uitzondering van dit eenrichtingsverkeer is opgenomen voor bestemmingsverkeer en laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 501,-.